BestellenCentraal Planbureau

Bestel nu hét boek over de kredietcrisis

HomeNieuwsInhoudOver het boekBestellen
English

Hoofdstuk 4. Tijdelijke crisis, blijvende schade?

Referenties [ CPB | Algemeen | Wetenschappelijk ]       Noten

Auteurs

Peter Broer, Adam Elbourne, Bert Smid & Nick Zubanov
Contact: Peter Broer

In dit hoofdstuk

  • Financiële crises zijn van alle tijden. Wat kunnen we leren van crises uit het verleden?
  • De werkloosheid loopt op. Hoe lang houdt de stijging aan en komen we ooit weer terug op het oude niveau?
  • In hoeverre levert de kredietcrisis blijvende schade op voor productie en werkgelegenheid?
  • De staatsschuld is fors opgelopen. De effecten van de kredietcrisis op de overheidsfinanciën blijven langdurig zichtbaar.
  • Eerdere crises BBP-verlies Werkloosheid

    Gevolgen van omvangrijke crises voor bbp per hoofd

    Grafiek

    Bbp-verlies na crisis is groot en langdurig

    Grafiek

    Na crises in Zweden en Finland bleef de werkloosheid lang hoog

    Grafiek
    Stop | Play

    Referenties

    CPB

  • CPB, 2009, De kredietcrisis, oorzaken en gevolgen, H5 in het Centraal Economisch Plan.
    De cijfers in hoofdstuk 4 over de lange-termijngevolgen van eerdere crises zijn gebaseerd op de analyse in het Centraal Economisch Plan 2009, zie p. 138 en verder.
  • Algemeen

  • Interview met Kenneth Rogoff, 13 maart 2009.
    Rogoff bespreekt de economische vooruitzichten.
  • John K. Galbraith, 1954, The Great Crash, 1929.
    Een beschrijving van de beurskrach van 1929, die de Grote Depressie van de 30-er jaren inleidde. Galbraith’s eerste bestseller, met humoristische beschrijvingen van het gedrag van speculanten op de aandelenmarkt. Vol saillante parallellen met de huidige beurscrisis.
  • Charles P. Kindleberger en Robert Z. Aliber, 2005, Manias, Panics and Crashes, Palgrave MacMillan.
    Overzicht over crashes door de eeuwen heen. Met anekdotes, en zonder formules.
  • Lessons there to be learnt from Finland's bank crisis, 2008, Interview met Pylkkönen, 12 september.
    Econoom Pylkkönen kijkt terug op de Finse crisis in 1991.
  • Paul Krugman, 2008, The Return of Depression Economics and the Crisis of 2008, Allen Lane.
    Een herziene en uitgebreide uitgave van de eerste editie uit 1999. “Told ya so”, zegt Krugman in een interview.
  • Damage assessment, 2009, The Economist, 14 mei.
    Tijdschrift The Economist maakt de schade op van de huidige crisis voor Amerika’s groeipotentieel.
  • IMF, april 2009, World Economic Outlook: Crisis and Recovery.
    In hoofdstuk drie gaat het IMF in op mogelijkheden voor herstel, gegeven de globale aard van de huidige crisis.
  • Ministerie van Financiën, 2008, Miljoenennota 2009.
    De staatsschuld is sinds 1814 nog niet zo laag geweest, juicht de Miljoenennota.
  • Blogs
  • Greg Mankiw, Harvard University.
    Mankiw vindt herstel onwaarschijnlijk omdat grote schokken blijvende effecten kunnen hebben.
  • Paul Krugman, Princeton University.
    Krugman is het oneens met Mankiw en gaat wel uit van hoge groei na de crisis.
  • Brad de Long, Berkeley.
    DeLong steunt Krugman met empirisch materiaal.
  • Wetenschappelijk


    Eerdere crises
  • Gerard Caprio en Daniela Klingebiel, 2003, Episodes of Systemic and Borderline Financial Crises.
    Wereldbank-economen zetten 114 financiële crises sinds 1974 op een rij.
  • Carmen M. Reinhart en Kenneth S. Rogoff, 2008, This time is different: a panoramic view of eight centuries of financial crises, NBER working paper nr 13882.
    In 1340 kon de Engelse koning Edward III zijn schulden aan Italië niet meer afbetalen. Financiële crises zijn van alle tijden, dit paper zet 8 eeuwen crises op een rij.
  • Carmen M. Reinhart en Kenneth S. Rogoff, 2009, The Aftermath of Financial Crises, American Economic Review 99(2), pp 466-472.
    De gevolgen van 15 omvangrijke financiële crises worden onderzocht. Ze blijken grote effecten te hebben op productie en werkgelegenheid, en vaak lang te duren.
  • Yuriy Gorodnichenko, Enrique G. Mendoza en Linda L. Tesar, 2008, The Finnish great depression, From Russia with love, NBER working paper no 14874.
    Door het wegvallen van de handel met de Sovjet-Unie raakte de Finse economie in 1991 in een diepe economische crisis.
  • Peter Englund, 1999, The Swedish Banking Crisis: Roots and Consequences, Oxford Review of Economic Policy, vol. 15(3), pp 80-97.
    Dit artikel analyseert de Zweedse bankencrisis van 1990. De overheid redde het financiële systeem door een algehele garantie af te geven op verplichtingen van banken. De totale kosten van de reddingsoperatie worden geschat op 2% van het bbp.
  • Tijdelijk of permanent
  • Coen Teulings en Nick Zubanov, nov 2009, Is Economic Recovery a Myth? Robust Estimation of Impulse Responses CPB, Discussion Paper 131.

  • Xiaoming Cai en Wouter Den Haan, okt 2009, Predicting recoveries and the importance of using enough information, CEPR, Discussion Paper 7508.
    De auteurs beargumenten dat ietwat "rijkere" modellen, die toestaan dat de effecten van recessies zowel blijvend als tijdelijk kunnen zijn, herstel beter kunnen voorspellen.
  • Valerie Cerra en Sweta Chaman Saxena, 2008, Growth Dynamics: The Myth of Economic Recovery, American Economic Review 98(1), pp 439-457.
    De auteurs kijken naar economische groei na crises in een groot aantal landen en concluderen dat landen niet terugkeren naar de oude trend voor bbp.
  • Council of Economic Advisers, 2009, Economic Projections and the Budget Outlook, 28 februari.
    CEA beargumenteert dat recessies worden gevolgd door bovengemiddelde groei.
  • John Y. Campbell en N. Gregory Mankiw, 1987, Are Output Fluctuations Transitory?, Quarterly Journal of Economics 102(4), pp 857-880.
    Volgens dit paper gaat de economie meer dan één procent permanent achteruit na een negatieve schok van één procent.
  • Charles R. Nelson en Charles R. Plosser, 1982, Trends and random walks in macroeconomic time series: Some evidence and implications, Journal of Monetary Economics 10(2), pp 139-162.
    Invloedrijk “Two Charlies paper” dat begin vormde van debat over vraag of schokken lange-termijngevolgen kunnen hebben. Zie voor een korte geschiedenis.
  • Waarom is de schade zo fors?
  • Gregory de Walque, Olivier Pierrard en Abdelaziz Rouabah, 2009, Financial Instability, Supervision and Liquidity Injections: A Dynamic General Equilibrium Approach, CEPR Discussion Paper 7202.
    Dit artikel analyseert de wisselwerking tussen de bankensector en de rest van de economie als er een kans is dat banken failliet gaan. Het artikel bespreekt verschillende beleidsopties van de overheid om in dat geval de financiële stabiliteit te herstellen.
  • Robert Barro, Emi Nakamura, Jón Steinsson en José Ursua, 2009, Crises and Recovery in an Empirical Model of Consumption Disasters, mimeo, Columbia University.
    Dit artikel geeft een statistische analyse van de frequentieverdeling van zeldzame, grote, financiële crises en het analyseert de gevolgen van deze crises op de rente en de aandelenrendementen.
  • Ben Bernanke, Mark Gertler en Simon Gilchrist, The Financial Accelerator in a Quantitative Business Cycle Framework, Hoofdstuk 21 in J. B. Taylor en M. Woodford, Handbook of Macroeconomics, vol. 1, deel 3, Elsevier.
    Dit stuk behandelt de rol van de kredietmarkt bij fluctuaties in economische activiteit. Het artikel gaat vooral in op het effect van kredietbelemmeringen bij het doorgeven en versterken van economische schokken.
  • Paul M. Romer, 1990, Endogenous technical change, Journal of Political Economy, 98(5), pp S71-S107.
    Dit artikel bespreekt het idee dat technologische kennis een speciaal type goed is, dat in principe door iedereen tegelijk gebruikt kan worden.
  • Robert E. Lucas Jr, 1993, Making a Miracle, Econometrica 61(2), pp 251-272.
    Lucas presenteert gegevens over de bouw van een bepaald type vrachtschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog om te laten zien dat ervaring opgedaan tijdens het werk (learning-by-doing) belangrijk is voor productiviteit.
  • Gevolgen van de huidige crisis
  • IMF, 2009, Sustaining the Recovery, World Economic Outlook, October
    Met name in hoofdstuk 4 analyseert het IMF wat de gevolgen kunnen zijn voor de economie van de huidige crisis. Het IMF concludeert dat er gemiddeld geen terugkeer is naar de trendlijn van voor de crisis.
  • Europese Commissie, 2009, Economic crisis in Europe: causes, consequences and responses, European Economy 7/2009
    De Europese Commissie gaat uitgebreid in op de oorzaken en gevolgen van de crisis. Met behulp van modelberekeningen laat men zien dat het blijvende verlies aan productie in Europa zo'n 2 to 4% kan bedragen.
  • OECD, 2009, The effect of financial crises on potential output: new empirical evidence from OECD countries.
    De OECD komt uit op ongeveer 3% verlies aan productie voor de OECD-landen.

  • Wie is wie

  • Paul R. Krugman (1953) is als econoom verbonden aan de universiteit van Princeton. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de handelstheorie, economische geografie, en de theorie van de internationale financiële economie. In 2008 ontving hij de Nobelprijs in de economie "voor zijn analyse van handelspatronen en de locatie van economische activiteit".

  • Robert E. Lucas, Jr. (1937) is als econoom verbonden aan de universiteit van Chicago. Hij heeft zijn belangrijkste bijdragen geleverd aan de macroeconomie, in het bijzonder met betrekking tot de modellering van verwachtingen van economische spelers. Hij ontving in 1995 de Nobelprijs in de economie "voor het ontwikkelen en toepassen van de de hypothese van rationele verwachtingen, en het daardoor transformeren van macroeconomische analyses en verdiepen van ons begrip van economische politiek".

  • N. Gregory Mankiw (1958) is als econoom verbonden aan de universiteit van Harvard. Hij heeft vele artikelen gepubliceerd over macroenomische kwesties zoals de onderliggende oorzaken van prijsrigiditeit. Hij heeft ook twee van de meest gebruikte tekstboeken over economie van dit moment geschreven. Tussen 2003 en 2005 was hij voorzitter van de Council of Economic Advisers van president George W. Bush.

  • Charles R. Nelson (1942) is als econoom verbonden aan de universiteit van Washington. Zijn belangrijkste werk heeft hij verricht op het gebied van statistische methoden en hun toepassing op macroeconomische gegevens.

  • Charles I. Plosser (1948) is president van de Federal Reserve Bank van Philadelphia. Voordien was hij als econoom verbonden aan de universiteit van Rochester. Zijn belangrijkste bijdragen liggen op het gebied van de conjunctuuranalyse.

  • Carmen M. Reinhart (1955) is als econoom verbonden aan de universiteit van Maryland. Haar onderzoek richt zich op financiële crises en wisselkoersregimes.

  • Kenneth S. Rogoff (1953) is als econoom verbonden aan de universiteit van Harvard. Zijn belangrijkste bijdragen heeft hij geleverd aan de internationale financiële economie. Hij is co-auteur van een veelgebruikt boek over internationale macroeconomie.

  • James J. Heckman (1944) is als econoom verbonden aan de universiteit van Chicago. Zijn belangrijkste bijdragen liggen in het vlak van de statistische analyse en de arbeidseconomie. In 2000 werd hem de Nobelprijs toegekend "voor de ontwikkeling van theorie en methoden voor het analyseren van selectieve steekproeven".

  • Paul M. Romer (1955) is als econoom verbonden aan de universiteit van Stanford. Zijn belangrijkste bijdragen liggen op het vlak van de theorie van de economische groei, in het bijzonder de processen die leiden tot geleidelijke verbetering van de stand van de technologie.


  • Noten

  • p.77: Tabel 4.1
    Tabel 4.1 is een samenvatting van een studie van Reinhart en Rogoff en is eerder verschenen in hoofdstuk 5 van het CEP 2009.

    Kengetallen van ernstige financiële crises: gemiddelden van 15 gevallen (a)
     Totale verandering van top tot dal (b)Tijd verstreken tussen top en dal (c)
     %jaar
    Inkomen per hoofd-91,9
    Werkloosheidspercentage74,8
    Reële huizenprijs-366,0
    Reële aandelenkoers-563,4
    Reële overheidsschuld (d)863,0
    a. Bron: Reinhart en Rogoff, januari 2009. De gevallen zijn (sommige kengetallen hebben betrekking op een enigszins afwijkende selectie): Argentinië 2001, Colombia 1998, Filippijnen 1997, Finland 1991, Hongkong 1997, Indonesië 1997, Japan 1992, Maleisië 1997, Noorwegen 1899, Noorwegen 1987, Spanje 1977, Thailand 1997, Verenigde Staten 1929, Zuid-Korea 1997, Zweden 1991.
    b. In geval van werkloosheidspercentage en overheidsschuld: verandering van dal tot top; in geval van werkloosheidspercentage verandering in %-punten.
    c. In geval van werkloosheidspercentage en overheidsschuld: tijd verstreken tussen dal en top.
    d. Toename gedurende 3 jaar na uitbreken van crisis.

  • p.80: Gegevens over recessies in de VS
    Gegevens over recessies in de VS zijn te vinden op de website van het NBER: de procedure voor het dateren van recessies wordt er beschreven, evenals de classificatie van recessies uit het verleden. Tijdreeksen van de productie in Nederland zijn te vinden op de website van de Conference Board.

  • p.81: Figuur 4.2
    Figuur 4.2 is gebaseerd op een CPB-analyse van de gevolgen van kredietcrises op economische groei. Het onderliggende model verklaart (de logaritme) van het bbp (y) van een land uit het bbp van de voorliggende jaren, een dummy om aan te geven of er een bankencrisis (b) is en een indicator om te controleren voor de kwaliteit van het bestuur van een land (g).

    Het uiteindelijk geschatte model is af te leiden van bovenstaande vergelijking. Door herschrijven zijn 11 verschillende vergelijkingen verkregen en geschat, die elk afzonderlijk het effect geven op bbp, j jaren na de start van een kredietcrisis
    De data voor bbp komen uit de Penn World Tables en de data over bankencrises uit de dataset van Caprio en Klingebiel. De indicator voor de kwaliteit van het bestuur is een gewogen gemiddelde van zes variabelen uit een database van de Wereldbank.

  • p. 82: Empirisch onderzoek naar de lengte van de hersteltermijn na een recessie
    R. Duval, J. Elmeskov en L. Vogel, Structural Policies and Economic Resilience to Shocks, OECD Working Paper 567, 2007.

    L. Broersma, J. Koeman en C. Teulings, Labour supply, the natural rate, and the welfare state in The Netherlands: the wrong institutions at the wrong point in time, Oxford Economic Papers, 52, 96-118, 2000

    M. Balmaseda, J. J. Dolado en J. D. López-Salido, The Dynamic Effects of Shocks to Labour Markets: Evidence From OECD Countries, Oxford Economic Papers, 52, 3-23, 2000.

  • p.83: Zowel verlies werkgelegenheid als productiviteit
    Op p.83 staat dat tien jaar na het dieptepunt van de crises er nog steeds een negatief effect is op het gewerkte aantal uren en de productiviteit. In hoofdstuk 5 van het CEP 2009 is daarover een tabel verschenen, in verkorte vorm:

    Tabel 5.1 Werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit rond financiële crises (a)
     Groei 10 jaar voor topGroei 10 jaar voor topGroei 10 jaar na dalVerandering van top tot 10 jaar na dal
     mutatie in % per jaarniveau in %mutatie in % per jaarniveau in %
    9 landen (b)    
    BBP4,4-5,34,2-6,7
    w.v. gewerkte uren1,1-6,51,4-3,6
    arbeidsproduc-
    tiviteit per uur
    3,31,52,8-2,8
    a. Voor de top en het dal zijn dezelfde jaren gebruikt als in Tabel 5.5. BBP- en productiviteitscijfers zijn weer in 1990 US$ (geconverteerd naar Geary Khamis PPPs).
    b. De landen zijn: Spanje (1977), Japan (1992), Noorwegen (1987), Zweden (1991), Hong Kong (1997), Colombia (1998), Zuid-Korea (1997), Finland (1991) en Argentinïe (1998). Voor de overige crises zijn er geen data beschikbaar over gewerkte uren.

  • p.85: Liberty ships
    Op p.85 staat beschreven dat het steeds minder tijd kostte om in de Tweede Wereldoorlog een Liberty-vrachtschip te maken. In onderstaande figuur is dat goed te zien.
    Grafiek Meer informatie over de bouw van de Liberty-schepen en een kritiek op de argumenten van Lucas kunnen gevonden worden op de webpagina’s van Peter Thompson van Flordia International University.

  • p.86: Zonder crisis 4% groei in 2009 en 2010
    Hoeveel zou het bbp in 2009 en 2010 zijn toegenomen zonder kredietcrisis? De potentiële groei is door het CPB ingeschat op 2% per jaar. Dat is de onderliggende groei, afgezien van conjuncturele schommelingen.

  • p.87: Rekenregel 50 cent naar overheid
    Bijna de helft van het bruto binnenlands product (bbp) wordt besteed aan de (bruto) collectieve uitgaven. In hoofdstuk 4 van het CEP 2009, tabel 4.3 staan de cijfers. Voor 2009 is de raming dat 48,6% van het bbp collectieve uitgaven betreft.
  • Omhoog

    Inhoudsopgave

    • H1: Ontstaan van de bankencrisis
    • H2: Hoe een klein probleem groot werd
    • H3: De wereldhandel in z’n achteruit
    • H4: Tijdelijke crisis, blijvende schade?
    • H5: De woningmarkt in crisistijd
    • H6: Vallen en weer opstaan op de arbeidsmarkt
    • H7: Alle remmen los!
    • H8: Wie draagt het pensioenverlies?
    • H9: Banken aan de ketting
    • H10: Kredietcrisis en klimaatcrisis: de ene crisis lost de andere niet op
    • H11: Hoeveel pijn doet de crisis?
    • H12 (slotbeschouwing): Leren van de crisis

    < Vorig hoofdstuk
    Volgend hoofdstuk >
    Copyright 2009 CPB. Sitemap - Contact.